Amsterdamse Bosschenaar Gerrit Schulte, een wielerlegende
Auteur:

Amsterdamse Bosschenaar Gerrit Schulte, een wielerlegende

interview-Gerrit-Schulte-3385Kleinzoon Jos van Stiphout druk in de weer met boek over zijn opa

Hij is ongetwijfeld de grootste sportheld die onze stad ooit rijk is geweest. Gerrit Schulte. We moeten even terug in de tijd om deze legendarische sporter met prachtige anekdotes weer tot leven te brengen. Veel moeite kost dit niet. Overal waar Gerrit aan de start verscheen volgde een ereplaats of een verhaal wat opvallend bleek. Dit leverde Schulte een keur aan bijnamen op: De Bossche reus. De Lange. En de meest indrukwekkende: Le Fou Pedelant (de fietsende dwaas). De jongere generatie zal ongetwijfeld geen idee hebben wie Gerrit Schulte was en is. Geboren in 1916 en gestorven in 1992. Wielrenner. Pistier. Wereldkampioen. Europees kampioen. Nederlands kampioen. Meer dan 100 overwinningen op de weg. 200 op de baan. Won een touretappe op een lekke band. Maar hij was ook vader, caféhouder, echtgenoot, opa. Hard, recht door zee, afspraak is afspraak. Een mooi verhaal over een bijzonder mens.

V.l.n.r. Fia van Stiphout, Jos van Stiphout met zijn jongste, Jan Schulte, Frans Joseph Sinjorgo en
Huub van Mackelenbergh foto: Olaf Smit

Tekst Huub van Mackelenbergh

De stamtafel in café De Unie is rijk gevuld. De kinderen van Gerrit, Fia van Stiphout en Jan Schulte schuiven aan. Kleinzoon Jos van Stiphout, die bezig is met de samenstelling van een boek over zijn legendarische opa, is uiteraard aanwezig. Ook Schulte-bewonderaar Frans-Joseph Sinjorgo neemt plaats. Samen vormen zij een bron van bijzondere anekdotes. Vragen hoef ik als interviewer niet te stellen. Het gesprek begint te stromen vanaf het allereerste moment. Ik luister en zuig de vermakelijke verhalen op. Zonder moeite.

Jos: “Mijn opa was zo sterk. Hij reed als een dolle. Ik ben op zoek naar verhalen over mijn opa die ik ga bundelen in een boek. Verhalen die nog niemand kent. Verrassingen. Ik ontving er een van Toon Hurkens. Tijdens de ronde van Den Bosch reed mijn opa zo ver voor dat ie tijd had om bij de familie Hurkens even een plasje te plegen op de WC. Hij bedankte de familie op zijn gemak en sloot af met de woorden: “Mevrouw, u heeft een keurig toilet”. Vervolgens won hij de ronde. Prachtig!”.

Kijk, de verhalen over zijn overwinningen die kent iedereen wel. Maar de pareltjes, die wil ik vinden. Schulte was een groot winnaar. Won alles en overal. Was keihard. Trainde als een achterlijke.

Fia: “Ik weet niet anders dan dat mijn vader in de garage zat te trainen op de rollerbank. Meer dan 4 uur per dag. Niks naar Spanje of Italië. Gewoon thuis, de plassen zweet op de grond onder zijn fiets. Daarna achter de derny tempo draaien. Trainen, trainen, trainen. Hij was keihard voor zichzelf en voor zijn omgeving. Deed alles voor zijn sport. Meedogenloos tijdens de wedstrijd. Hij reed altijd voor wat hij waard was. Betekende dat een voorspong van een aantal rondes, dan was dat maar zo. Tegen de zin van toernooidirecteuren in omdat hierdoor de spanning uit de wedstrijd verdween”.
Jan: “Mijn vader gaf nooit iets weg. Had een ongelooflijke kracht, maar reed op souplesse. We beseffen maar half hoe groot hij was als sportman. Hij heeft zoveel gewonnen. Niet normaal. Hij is zo lang doorgegaan. Hij fietste altijd. Van Amsterdam naar Den Bosch en terug. Even op en neer. In de oorlog moest hij komen fietsen in Duitsland. Er werden vooraf twee afspraken gemaakt over de wedstrijd: een Duitser zou winnen en er werd een Hitlergroet gegeven na afloop van de wedstrijd. Mijn vader reed het hele pak op een aantal ronden en bij de huldiging hield hij zijn hand naar beneden. Verliezen van een Duitser. Dat nooit. Een klap in het gezicht van de Duitsers. Mijn vader nam zijn prijzengeld mee en hoefde nooit meer terug te komen. Hij was nergens bang voor”.

De opa van Jan en Fia was een wielerliefhebber en groot Schulte fan. Hij is het die de van oorsprong Amsterdamse Gerrit uitnodigde eens naar Den Bosch te komen.

Fia: “Mijn opa had een auto, maar geen rijbewijs. Een chauffeur reed hem van a naar b. Mijn opa bood Gerrit aan hem richting de koersen te brengen met de auto. En zo werd Gerrit ook naar Den Bosch gereden. Kennis maken met de dochters van mijn opa. Misschien is de auto wel de reden geweest dat Gerrit verliefd werd op Toos, mijn moeder. Met de auto was het namelijk gemakkelijker reizen richting de koers. Mijn opa zei tegen Gerrit: “kom maar naar Den Bosch. Eten en drinken is er zat”. Binnen de kortste keren woonde heel de familie Schulte bij ons in. Zij hadden nog geen centen om de elektriciteit in Amsterdam te betalen. Bij ons was het leven prima,”

Vanuit Den Bosch veroverde Schulte de wielerwereld. Op zijn manier. Met zijn idee.

Jos: “Altijd op een klein verzetje rijdend. Snel ronddraaien. Op een RIH. Een mooi fietsmerk. Als kleinkinderen moesten wij ook op een RIH rijden van hem. Was gewoon de beste fiets die er te krijgen was. Voor Sinterklaas kreeg iedereen een nieuwe fiets van opa”. Jan: “Ik had er ook een. Daar fietste ik mee door de stad. Mijn stadsfiets. Kon niet kapot. maar kon wel gejat worden. Uit mijn garage nog wel. Jos: “Alle fietsen van de kleinkinderen zijn gejat. Binnen 1 jaar”.

Er klinken harde lachsalvo’s aan de tafel in De Unie. De verhalen uit de oude doos verklappen de grootsheid van Schulte en de trots van familie en kenner

Jos: “Ik was als kind zo trots op de prijzen van mijn opa, dat ik ooit eens medailles uit zijn prijzenkast heb gestolen. Ik heb ze zeker 5 jaar in mijn boekentas meegedragen. Liet ze aan iedereen zien. Frans Joseph: “Utrecht heeft Gesink. Amsterdam heeft Cruijff. Den Bosch heeft Schulte. Zo moet je het zien. Zijn wereldtitel tegen de legendarische Fausto Coppi. Coppi werd geklopt in een sprint. Terwijl Schulte niet kon sprinten. Machtig”.
Fia: “Mijn moeder was gewoon aan het werk in ons café terwijl mijn vader op de wielerbaan in Amsterdam wereldkampioen werd. Zo ging dat. Op de radio hoorde ze van zijn overwinning en mijn vader zei tegen de reporter: ”Mag ik even wat zeggen? Toos, pak de trein maar naar Amsterdam, dan zie ik je zo”. En daar ging mijn moeder”.  Jan: “En overal zijn beelden van. Van lullige overwinningen in de Ronde van Gemert tot de 6 daagse van Antwerpen. Maar van zijn wereldtitel zijn geen bewegende beelden. Das jammer. Er zijn wel foto’s. Prachtige foto’s”.

Even wordt duidelijk dat in deze opmerking een sneer richting Jos verborgen zit. Jos is er verantwoordelijk voor dat de mooiste foto van Gerrit Schulte kwijt geraakt is. De foto van Schulte met Coppi. De blik van Schulte staat venijnig en verraadt zijn gedachten: met Schulte valt niet te sollen. Vandaag heb ik je gesloopt. Ik ben wereldkampioen. De foto is zoek geraakt tijdens een wielercafé georganiseerd door Coureursclub Jeroen Bosch. Jos maakt ome Jan duidelijk dat hij zich geen zorgen hoeft te maken. De foto is terecht. Jan heeft zo zijn twijfels. Eigenwijs als hij is. Een Schulte trek?

Jos: “Mijn opa was erg eigenwijs. Geloofde in zijn manier. Een andere manier bestond niet. Als ploegleider van de jeugd brak hem dat op. Veel te hard voor die jonge gasten. Lag er een van die jongens tijdens een wedstrijd in de berm met kramp, dan kwam de ploegleider een kijkje nemen. Zette zijn wagen even aan de kant. Hij keek nooit eerst naar de renner, maar altijd naar het verzet van zijn versnellingen. Stond deze te zwaar dan liet Opa de renner gewoon liggen. Eerst leren luisteren, zei hij dan. Fietsen deed je op souplesse, niet op kracht. Dat was zijn credo”.

Die hardheid had Gerrit Schulte ook als vader. Afspraak was afspraak. Het was ja of nee. Streng doch rechtvaardig. Veel aandacht voor zijn kinderen had hij niet. Geen tijd voor. Alsmaar trainen en wedstrijden rijden. Met als doel winnen. Iets anders bestond er niet. Dat was zijn leven.

Fia: “Winnen wilde mijn vader altijd. Met alles. Hij was naast fietser ook duivenmelker. Meer dan 300 duiven had ie. En ook daar won hij veel prijzen mee. Onze eerste tapkraan bij Bon Mere De Stip konden wij niet betalen. Toen de leverancier begreep dat ik een dochter van Gerrit Schulte was deed hij ons een voorstel. Een duivenei wilde hij ruilen voor de tap. De deal was snel gesloten”.
Jan: “Hij wilde winnen, maar hij heeft ook wel eens wedstrijden verkocht. Tegen veel geld. En ook al hij een wedstrijd verkocht had dan zat ie de koper de hele wedstrijd zo op de hielen dat er eigenlijk geen twijfel kon bestaan over wie de beste was. Geld was belangrijk voor hem. Een broodfietser. En hij gokte op alles wat los en vast zat. Geld geld geld”.

Tijdens en na zijn loopbaan als renner investeerde Schulte in de horeca. Hij bezat alle horeca op Stadion De Vliert. De kantine van BVV, de tennisbaan en zijn restaurant. Een begrip in Den Bosch.

Fia: “Ons vader heeft nooit een glas bier getapt. Hij was geen horecaman. Hij had de naam, de uitstraling. Mijn moeder werkte ook maar weinig mee in het café restaurant. Zij biljartte met de klanten. Het personeel draaide de hele boel. Maar ze was er wel altijd. Mijn vader spoelde de glazen als het echt druk was. Dronk zelf sporadisch. Maar als hij dronk ging het er goed op. Dan liet hij zichzelf opnaaien. Als iemand dan durfde te zeggen dat ie niet kon fietsen dan werd ie link. Een beetje kwaaie dronk had ie wel. Hij liet zich in ieder geval gemakkelijk op de kast jagen”.

De horeca zit dus blijkbaar in het Schulte bloed. En fietsen?

Jan: “Ik kreeg op een gegeven moment een fiets van mijn vader. Een oud fietsje van Joop Middellink. Mijn vader zei tegen me: ”Op de fiets naar de koers en op de fiets terug. Daar word je sterk van. Ik kom pas kijken als je een paar wedstrijden gewonnen hebt”. Resultaat: Hij is nooit komen kijken. Ik had het karakter niet van een topsporter”. Frans Joseph: “Jan mag meerijden in de volgauto op 10 april 2016. Gerrit Schulte is de patron van onze fietsclub CCJB. Jaarlijks eren we hem tijdens Le tour de Fou Pedelant. Dit jaar is het 100 jaar geleden dat Gerrit geboren werd in Amsterdam. En de tocht zal starten vanaf zijn geboortehuis en finishen in Den Bosch. Amsterdam loopt warm voor deze tocht. De naam Schulte brengt menigeen in Amsterdam in beroering. En terecht. In Den Bosch mag dat nog iets meer gebeuren. Natuurlijk krijgt de wielrenner van het jaar in Den Bosch de Gerrit Schulte trofee uitgereikt. Maar er moet gewoon een standbeeld voor Gerrit komen”. Fia: “Op de rotonde bij Stadion de Vliert. Daar waar mijn ouders hun horeca gelegenheden hadden. Prachtige plek”.

Het is me volledig duidelijk. Gerrit Schulte is een grootheid. Die verdient een standbeeld en een prachtig nieuw boek.

Heeft u foto’s en/of anekdotes dan kunt u deze mailen naar info@073magazine.nl

0 Reacties uitgeschakeld voor Amsterdamse Bosschenaar Gerrit Schulte, een wielerlegende 3722 15 december, 2015 Interviews, Nieuws december 15, 2015

Facebook Comments

Digitaal bladeren