John Verzantvoort : “De markt is  mijn ding”
Auteur:

John Verzantvoort : “De markt is mijn ding”

Het verhaal van John Verzantvoort is het eerste in de reeks van onze nieuwe rubriek: “In de voetsporen van…” waarin we in gesprek gaan met bekende Bosschenaren en hun familiegeschiedenis.

Met zijn imposante verschijning is hij niet te missen. Ook wat dat betreft is hij een waardige opvolger van zijn vader Jan, die ook flink uit de kluiten is gewassen en vele rondjes op de markt liep. Tijdens ons gesprek blijkt een grote liefde voor de stad en vooral voor de Bossche warenmarkt. Dat zit dus in de genen. We hebben het over John Verzantvoort die de marktlui elke woensdag en zaterdag voorziet van hun natje en hun droogje.  “Dat doe ik al 37 jaar en met heel veel plezier,” zegt hij met een gulle glimlach. John wordt daarbij al een aantal jaren geholpen door zijn zoon Lex. De vraag is wel of de familietraditie zal worden voortgezet.  De Bossche warenmarkt, hoe gezellig het er ook nog kan zijn, heeft immers in het afgelopen decennium veel ingeleverd.  

De dag begint vroeg voor John. “Op woensdag en zaterdag gaat om half vijf de wekker en begin ik met de voorbereidingen. Een paar uur later ben ik aan de gang. Veel marktlui zoeken me traditiegetrouw op voor een bakje koffie en een broodje. Dat is altijd een gezellig moment. Even met elkaar kletsen. Kort daarna begin ik met mijn eerste rondje over de markt. Dat doe ik ieder uur. Zo leg ik heel wat meters af. Ik durf gerust te zeggen dat niemand zoveel op de markt heeft gelopen als ik”, zegt hij met enige trots.

Altijd al in de food
We gaan even terug in de tijd toen hij samen met zijn vader de rondjes liep. De familie had op dat moment ook nog de frietzaak met de uitnodigende naam Komt d’r in op de Bossche markt waar John 18 jaar werkte. John: “Onze familie heeft altijd in de food gezeten. Mijn oma had op die plek eerst een winkeltje met boter, kaas en eieren en handelde ook in vis op de markt en de Veemarkt. Zij heeft de vishandel op de markt later overgedaan aan Tom Huiskens en die op de Veemarkt aan Jan Krol.

Andere tijden
John vertelt verschillende anekdotes over vroeger tijden. Hij spreekt met respect over zijn vader die al op jonge leeftijd bij de oma van John in de zaak kwam en die volgens zijn zeggen verschrikkelijk veel en hard gewerkt heeft. “Vroeger werd de vis bij het station gelost en met de handkar de stad in gereden. Maar hij bezorgde ook bestellingen buiten de stad. Dat waren hele andere tijden. Er moest toen nog echt hard worden gewerkt”, stelt John.

Komt d’r in
Na het afscheid van de vis werd in 1955 begonnen met de frietzaak op de markt. Voor veel oudere Bosschenaren was dat een begrip. John: “Het was maar een klein tentje maar altijd druk. Alles wat we verkochten maakten we zelf. Kroketten, gehaktballen, soe-pen, vergesneden frites en ga zo maar door. We hadden zelfs klanten van ver buiten de stad die bij ons hun favoriete kroketje kwamen eten. Maar we leverden ook aan bedrijven. Onze zult en worstenbroodjes lagen bijvoorbeeld bij Jumbo in de schappen”. Ondanks die populariteit werd de zaak verkocht. Daarmee kwam echter geen einde aan de toertjes van John over de markt en zijn culinaire activiteiten. Die traditie wordt met liefde voorgezet. John levert soepen, sauzen en huisgemaakte snacks aan de Bossche horeca en andere bedrijven. Daarnaast verzorgt hij uitgebreide buffetten en complete catering.

Ontwikkeling van de markt
Met de vraag hoe hij de toekomst van de Bossche warenmarkt ziet, gaat John echt op zijn praatstoel zitten. “Tot in de negentiger jaren was het marktbedrijf florerend. In die tijd stonden er op de Bossche markt op woensdag zeker 500 kramen. Die tijd komt nooit meer terug. De markt is behoorlijk uitgedund. Bepaalde branches zijn verdwenen of hebben het zwaar. Veel producten zoals schoenen en kleding worden via internet besteld. Maar ook het feit dat er steeds meer tweeverdieners zijn, werkt de gang naar de markt tegen. Minder mensen hebben op woensdag tijd om naar de markt te gaan omdat veel van hen aan het werk zijn. Ook het feit dat de mensen steeds later de stad in komen en de zondagopenstelling zijn volgens mij factoren die de warenmarkt geen goed gedaan hebben.”

Beleving
Ondanks bovengeschetste ontwikkelingen weigert John te geloven dat er voor de markt geen toekomst meer zou zijn. “Op veel zaken heb je natuurlijk geen invloed maar je kunt er natuurlijk wel voor zorgen dat de bestaande markt naast koopwaar ook sfeer en beleving biedt. De markt bestaat niet alleen bij de gratie van oudere mensen. Ik zie, zeker op de biologische vrijdagmarkt en op zaterdag ook veel jonge gezinnen. Over het algemeen doen de food en de bloemen het prima. Dat zijn echte trekkers. Volgens mij zou je met een andere marktopstelling al veel aan de beleving en sfeer kunnen doen. Maak bijvoorbeeld een centraal foodplein en groepeer daaromheen de andere branches”.

Laatste der Mohikanen?
John is dus duidelijk begaan met “zijn” markt. “Het is mijn ding en niet alleen omdat ik er een deel van mijn inkomen verdien. Ik ga er fluitend naar toe. De warenmarkt hoort bij de stad. Daarom hoop ik dat de gemeente en de marktadviescommissie met een toekomstgerichte visie komen,”’ aldus John die nog niet weet of zijn zoon Lex hem opvolgt op de warenmarkt. “Lex werkt nu bij mij in de zaak. Hij heeft zeker affiniteit met koken en horeca, maar of hij de traditie op de markt voortzet is nog niet zeker. Ik zou dus zo maar de laatste der Mohikanen kunnen zijn”.

2 0 3460 15 juli, 2015 Nieuws juli 15, 2015

Facebook Comments

Digitaal bladeren