‘Geniet met volle teugen en doe dat onbezorgd’
Auteur:

‘Geniet met volle teugen en doe dat onbezorgd’

Exclusief interview met d’n Hoogheid zelf: Amadeiro XXV
Tekst: Hans van Kasteren 

Zoals in Oeteldonk bekend mag worden verondersteld, verblijft Prins Amadeiro buiten de drie carnavalsdagen niet in of nabij Oeteldonk maar in zijn Winterpaleis. Bij wijze van hoge uitzondering kreeg 073 Magazine toestemming om d’n Hoogheid in zijn Winterpaleis te spreken.

Ik ontmoet de Vorst van Oeteldonk in zijn Winterpaleis op een rustige ochtend, niet zo gek ver vóór de drie dagen waar het allemaal om draait. Voor alle duidelijkheid: d’n Hoogheid arriveert op carnavalszondag 26 februari om 11.11 uur met de Hoftrein op Oeteldonk Centraol.

Amadeiro verwelkomt me vriendelijk en zelfverzekerd en laat me een heerlijk kopje koffie inschenken. Wat me meteen opvalt is de welhaast vorstelijke rust en waardigheid die d’n Hoogheid uitstraalt. Als ik hem daarmee complimenteer, zegt hij bedachtzaam: “Mijnheer van Kasteren, het is maar goed dat u niet in Ons binnenste kunt kijken. Want daar is het allerminst rustig, kunnen Wij u verzekeren. Het borrelt van binnen, Wij voelen dat het nu niet lang meer gaat duren voordat We Ons Pronkjuweel, Oeteldonk dus, weer kunnen betreden. En We kijken met name uit naar het weerzien met al die Oeteldonkers, want wat hebben Wij ze gemist!”
Mag ik u een paar vragen stellen, Hoogheid? (D’n Hoogheid knikt minzaam, red.) Ongetwijfeld heeft u zich de afgelopen tijd voorbereid op de drie hoogtijdagen die ons te wachten staan. Hoe zijn die voorbereidingen verlopen, wat heeft u allemaal gedaan?

“Wij hebben bepaald niet stilgezeten. Zo hebben Wij een aantal voorwoorden geschreven en toespraken voorbereid. Inderdaad, Wij hanteren voor al die zaken zelf de ganzenveer. We kennen geen ghostwriters, om maar eens een term van deze tijd te gebruiken. Onlangs nog hebben We de laatste hand gelegd aan een toespraak tot de nieuwe bisschop Monseigneur de Korte, die Wij in het bisschoppelijk paleis ontmoeten en inhoudelijk gaan toespreken. Let wel: inhoudelijk. Daarnaast worden Wij het hele jaar door op de hoogte gehouden van allerlei ontwikkelingen door Onze herauten, die Ons met regelmaat bezoeken. Nee, Wij kunnen u niet zeggen wie die herauten zijn. En nee, Wij bezoeken Oeteldonk nooit incognito. Wij kunnen Ons immers niet incognito aan de wereld vertonen, want Wij zijn Amadeiro XXV. Maar de contacten met Ons Pronkjuweel zijn desondanks meer dan intensief. En weet u, Wij hebben ook oog voor de wereld om Oeteldonk heen. Naar aanleiding van de berichten die Ons bereiken pogen Wij brede maatschappelijke ontwikkelingen te duiden en die te relateren aan de betekenis en inhoud van Oeteldonk. Want Oeteldonk leeft en ontwikkelt zich”.

U bent komende carnaval voor de elfde maal aanwezig als onze Hoogheid. Dat is toch een heel speciaal jubileum. Maakt dat Carnaval 2017 tot een bijzondere Carnaval voor u?

“Elf is inderdaad een bijzonder getal. De elf jaren zijn snel voorbij gegaan; zo gaat dat immers met aangename zaken. En nee, voor zover Ons bekend is gaan We tijdens de komende drie dagen van Oeteldonk geen bijzondere aandacht schenken aan dit jubileum. Maar als We terugkijken op de periode waar u over spreekt dan stellen We toch vast dat elk jaar bijzonder is geweest. Elk jaar heeft zijn eigen dynamiek, want zoals Wij al eerder opmerkten: Oeteldonk leeft en ontwikkelt zich. Natuurlijk kennen Wij Onze tradities en protocollen, maar We stimuleren ook nieuwe ontwikkelingen die zich voordoen. Kent u de Britse auteur Somerset Maugham? Van hem is de beroemde uitspraak: ‘Tradition is a guide and not a jailer’, oftewel ‘Traditie is een gids, maar geen cipier’. Inderdaad, Wij spreken onze talen. In die spreuk kunnen Wij ons helemaal vinden. Tradities wijzen de weg en geven een vorm aan, maar mogen geen beperkingen opleggen in ontwikkelingen. Weet u, Ons Pronkjuweel leeft ook in een wereld om Oeteldonk heen, in een periode van blijvende verandering, een verandering van tijdperk. Juist in deze tijd is er steeds meer behoefte aan omkering, aan een rustpunt van vrede én vreugde. Wij zijn er uitermate trots op dat Oeteldonk zo’n oase van plezier en vrede mag zijn. Het carnaval in Oeteldonk is het vieren van die omkering – en Wij verpakken die omkering in een fantastisch feest”.

Als u terugkijkt op de afgelopen tien jaar van uw ‘regeerperiode’, als ik het zo noemen mag, is er dan iets veranderd in Oeteldonk of bij de Oeteldonkers? Zo ja, wat?

“Zoals Wij zojuist al hebben aangestipt veranderen de tijden, ook in en om Ons Pronkjuweel. We hebben dus wat aanpassingen gekend, ook in protocollaire zin. Zo hebben We de periode dat Wij Ons Pronkjuweel bezoeken teruggebracht tot de drie dagen zelf. Wij zijn derhalve niet meer aanwezig tijdens de zogenaamde voorfeesten, hoe aangenaam die ook mogen zijn. Wij zien dat als een intensivering van Onze band met Oeteldonk. Juist tijdens de drie dagen van het Oeteldonks carnaval streven Wij ernaar Ons heel intensief te richten op Ons Pronkjuweel en met name op de bewoners van deze magistrale plek: de Oeteldonkers zelf. En die Oeteldonkers zijn zichzelf gebleven, hoewel ze vanzelfsprekend ook mee bewegen met de wereld om hen heen”.

Waarin onderscheidt Oeteldonk zich van andere carnavalssteden?

“In Nederland bestaat een soort van tweedeling in de wijze waarop in de diverse steden en dorpen carnaval wordt gevierd. Over het algemeen is dat het Keulse of Rijnlandse Carnaval. Er zijn slechts twee plaatsen die zich uiten in het Venetiaanse oftewel Bourgondische Carnaval: het Krabbegat (Dat is Bergen op Zoom, red.) en Ons eigen Oeteldonk. Dat onderscheid, dat koesteren Wij. Het uit zich ook in onze kleding. Wij zijn het ‘land van de boerenkiel’. Die boerenkiel staat immers symbool voor ‘wij zijn allemaal gelijk’. Rangen en standen vallen weg in het Oeteldonks carnaval. Over die kiel gesproken: van oorsprong is dat het Venetiaanse glasblazerstenue, wist u dat? En die witte wanten zijn van oorsprong de wanten die in Venetië werden gebruikt om het soms hete glas aan te pakken. En dan nog een onderscheid: het zogenaamde Oeteldonkse spelluke. Wij voeren hier een soort van ‘Commedia dell’arte’ op, een vorm van improvisatietheater waarvan de hoofdinhoud, het scenario oftewel het protocol, is vastgelegd. Daarin is veel ruimte voor goede kwaliteiten als vriendschap, trouw en zeker ook zelfspot”.

Hoogheid, hoeveel jaren mogen wij nog van uw aanwezigheid in Oeteldonk genieten?

“Alles wat Wij daarop kunnen zeggen is: dat staat in de sterren geschreven. Wij richten ons nu op de nabije toekomst en die toekomst ziet er geweldig uit: nog maar enkele dagen en we mogen Ons weer begeven in Ons Pronkjuweel. Een fantastisch vooruitzicht, mijnheer van Kasteren. Wij willen alle Oeteldonkers dan ook zeggen ‘tot spoedig!’ en willen hen eigenlijk de volgende boodschap meegeven: ‘Geniet, geniet met volle teugen en doe dat onbezorgd. Het leven is al zwaar genoeg!”

Kort daarna neem ik afscheid van d’n Hoogheid. Ik heb nog een autorit voor de boeg en volop tijd om over mijn bezoek aan Amadeiro na te denken. Ik besef dat ik vandaag een bijzonder mens heb ontmoet. Geen gewoon mens, maar een vorstelijke hoogheid, die ondanks de ruime afstand in kilometers van zijn Winterpaleis tot aan Oeteldonk dichter bij Oeteldonk en de Oeteldonkers staat dan wie dan ook. Die in al zijn waardigheid en vorstelijke rust een minzaamheid uitstraalt die er voor zorgt dat mijn dag niet meer stuk kan. Ik voel me uitermate bevoorrecht. Dank u wel, Hoogheid!

2 Reacties uitgeschakeld voor ‘Geniet met volle teugen en doe dat onbezorgd’ 2303 17 februari, 2017 Interviews, Nieuws februari 17, 2017

Facebook Comments

Digitaal bladeren