‘Het reizen is mijn ‘thuis’’
Auteur:

‘Het reizen is mijn ‘thuis’’

Ferry van Iersel (32), een Bosschenaar in den vreemde

Hij had de keuze: carrière maken in het bedrijfsleven of zijn rugzak te pakken en de wereld te gaan verkennen. Ferry van Iersel koos voor het laatste. Sinds eind 2015 is hij op reis. Dit mooie avontuur moest hij vorig jaar onderbreken vanwege een ernstige oogontsteking die hier behandeld moest worden. Gedurende dit verblijf bleek dat zijn vader Mari van Iersel ongeneeslijk ziek was. Uiteindelijk overleed zijn vader op 8 december 2018. Ferry van Iersel: ‘Het veel te vroege verlies van mijn vader is het ergste wat mij is overkomen. Dat was een verschrikkelijke tijd. Ik vond het vooral erg mijn moeder achter te moeten laten. Maar ik had het reizen ook weer heel erg nodig. Het reizen is mijn ‘thuis’ en het hielp me om alles te verwerken en te laten bezinken. Mijn vader had niet anders gewild. En mijn moeder wilde overigens ook niet anders dan dat ik mijn leven weer oppakte.’ Inmiddels zwerft hij weer door allerlei exotische landen. Hier zijn verhaal, vanuit bedevaartsplaats Varanasi gelegen aan de heilige rivier de Ganges in het verre India.

Wat was voor jou de aanleiding om je baan op te zeggen en te gaan reizen?
‘Dat was voor mij een combinatie van twee dingen. De drang om de wereld te ontdekken. Ik realiseerde me dat er zoveel meer is op de wereld, zoveel landen, culturen, natuur. Toen ik nog werkte, nam ik elk jaar een flinke vakantie van minimaal zes weken om een reis te maken. Maar ik wilde wel eens weten hoe dit is zonder een einddatum te hebben. Daarnaast voelde ik me nooit helemaal comfortabel in het bedrijfsleven. Ik had een goeie baan, maakte animaties voor een groot reclamebureau en heb een aantal jaren in Hilversum en Londen gewerkt. Een creatief, vrij beroep dus. Iets dat eigenlijk bij me zou moeten passen, maar toch voelde ik me niet in m’n element als ik een hele dag op kantoor moest zitten en aan andermans verplichtingen moest voldoen. Ik heb de drang om vrij te zijn. En wie is er in Nederland nou echt helemaal vrij?’

Welke landen heb je inmiddels bezocht?
‘Ik heb ze even moeten natellen. Het zijn er inmiddels 35. De laatste jaren, sinds ik ‘fulltime’ reis, ben ik vooral in Azië geweest, maar ook daarbuiten: Thailand, Myanmar, Cambodja, Laos, Indonesië, Maleisië, Singapore, Brunei, Sri Lanka, Vietnam, Filipijnen, Mauritius, Italië, Vaticaanstad, Marokko, Nepal en India. Tijdens de kortere reizen, toen ik nog werkte, bezocht ik Australië, Zuid-Afrika, Botswana, Zimbabwe, Mozambique en natuurlijk een hele reeks aan Europese landen.’

Wat waren voor jou echte hoogtepunten?
‘Dat zijn er meerdere en hoe langer ik erover nadenk hoe meer er in me opkomen.
Ik ben midden in de nacht de krater van een actieve vulkaan ingelopen. Dit is eigenlijk verboden maar wel de enige mogelijkheid om zo iets unieks te zien. Dit was vulkaan Ijen, op Java. Je kunt daar afdalen en beneden vindt een prachtig natuurlijk schouwspel plaats van blauwe gassen die oprijzen uit het felgele zwavelgesteente. Er waren geen andere toeristen. Wel mijnwerkers die zwavel aan het winnen waren en onder erbarmelijke omstandigheden daar werkten. Ik heb Mount Kinabalu, de hoogste berg van Zuid-Oost Azië en de hoogste berg van Noord Afrika, de Toubkal beklommen. Ik heb gesnorkeld met mantaroggen, schildpadden, dolfijnen. Daarnaast fantastische dieren in het wild gezien, neushoorns, olifanten, krokodillen, komodovaranen, orang oetans, neusapen enz. Ook mijn nachtelijke zwemsessies in lichtgevend plankton waren fantastisch, alsof je door de sterrenhemel zwemt. Om vipassana, een boeddhistische meditatietechniek te beoefenen, heb ik tien dagen in een boeddhistisch stilte klooster gezeten. Een fantastische ervaring! Dit is echt iets dat je je hele leven meeneemt. Indrukwekkend was ook mijn negendaagse tocht door de Himalaya’s.’

Ben je weleens in gevaarlijke situaties terechtgekomen?
‘Ik voel me praktisch in elk land veilig. De wereld is niet zo’n nare plek als soms wordt beweerd. Er zijn overal goede en behulpzame mensen te vinden. Dus gevaarlijke situaties wat mensen betreft niet. In de natuur wel. In 2016 was ik in de Filipijnen in het gebied waar de supertyphoon Haima heeft toegeslagen. Dit was één van de ergste typhoons van dat jaar. Het gebeurde ‘s nacht en het ging gepaard met een verschrikkelijk kabaal. Toen het licht werd, zag ik pas de schade die de typhoon had aangericht. Betonnen huizen lagen meters verderop op hun kant, volledig verwoest. Om over de houten huisjes maar niet te spreken. Zelfs wegen waren volledig weggevaagd. Er zijn die dag 19 mensen overleden. Dit zijn de momenten dat je niet zeker weet hoe veilig je bent. Overigens besefte ik dit later pas. Ik heb ruim een week zonder elektriciteit, telefoon en vers voedsel gezeten. Koelkasten etc. deden het niet. De telefoonpalen en elektriciteitsmasten lagen plat. En er was geen mogelijkheid het gebied te verlaten.
Omdat ik nogal avontuurlijk ben ingesteld, en veel ongepland doe, brengt me dat wel eens in minder gemakkelijke situaties. Zo was ik onlangs in de Himalaya aan het rondtrekken terwijl de moesson toesloeg. De eerste dag van de moesson in de bergen is de ergste. Ik stond ergens op een bergtop en het begon te regenen, ongelooflijk hard. Geen Nederlands buitje. Binnen enkele minuten zag ik geen hand meer voor ogen. Ik was (ondanks regenpak) compleet doorweekt, m’n GPS en telefoon werkten niet meer en ik had geen idee waar ik heen moest. En er waren geen andere mensen. Dan denk je wel even oeps, hoe ga ik hier uit komen. Ook kwamen door de regen alle bloedzuigers tevoorschijn. Ik was helemaal bezaaid met die beesten. Ze zaten in m’n schoenen, in m’n broek, onder m’n shirt, op m’n buik, op m’n rug. Daarnaast blijft het altijd spannend om tijdens wandelingen oog in oog te komen staan met wilde dieren. Zo was ik vorige maand enkele meters verwijderd van wilde neushoorns en krokodillen, gewoon tijdens een spontane wandeling door de jungle. Maar ik ben er nog, dus alles is goed afgelopen!’

Hoe staan de mensen in de landen die je hebt bezocht ten opzichte van westerlingen?
‘Dat verschilt per land. Ik ben momenteel in India en daar worden héél geregeld foto’s van me en met me gemaakt. Ze vinden het erg interessant je even aan te raken en even met je te communiceren ondanks dat ze geen Engels spreken en uiteindelijk een foto te maken. En in sommige gebieden zijn dit er wel 10 in een half uur. Het is soms bijna een dagtaak. Maar ik zeg nooit nee.’

Waar geniet je het meest van als je weg bent?
‘Van de vrijheid. Helemaal zelf beslissingen kunnen nemen. Niks volgens planning maar in het moment leven. Leven in plaats van geleefd worden, geen verplichtingen. Elke dag kun je op een nieuwe, unieke plek zijn. Het is nooit saai.’

Nooit eens behoefte aan huisje, boompje beestje?
‘Tot nu toe eigenlijk nooit, nee. Dat wil niet zeggen dat dat nooit gaat komen. Dat zou kunnen. Ik kan en wil dit eigenlijk ook nog heel lang doen. Natuurlijk ben ik wel eens alleen maar voel me nooit eenzaam. Dat huisje zal er ongetwijfeld komen maar dan misschien wel ergens op een tropische plek in een hutje op het strand.’

Was het niet moeilijk om weer te vertrekken na het overlijden van je vader?
‘Het veel te vroege verlies van mijn vader is het ergste wat mij is overkomen. Dit was een verschrikkelijke tijd. Ik vond het vooral erg mijn moeder achter te moeten laten. Maar ik had het reizen ook weer heel erg nodig. Het reizen is mijn ‘thuis’ en ik had het ook nodig om alles te verwerken en te laten bezinken. En mijn vader had niet anders gewild. Mijn moeder wilde overigens ook niet anders dan dat ik mijn leven weer oppakte. Ik ben destijds eigenlijk naar Nederland gekomen omdat ik tijdens het reizen praktisch blind ben geworden aan éen oog. Dat heeft heel wazig zicht. Het gevolg van een uit de hand gelopen oogontsteking in Laos, waar de hygiëne slecht is en medische zorg nihil. Ik was bijna mijn oog verloren. Dat is gelukkig niet gebeurd. De ontsteking is opgelost maar het zicht is nooit teruggekomen. Dit zou hersteld kunnen worden met een hoornvliestransplantatie. Die heb ik uiteindelijk ondergaan. En daarvoor ben ik naar Nederland gekomen. Ik trok tijdelijk bij m’n ouders in, met het idee dat mijn bezoek enkele maanden zou duren, maar in dat jaar werd ook mijn vader onverwachts ziek. Een jaar later overleed hij. Vreselijke tijd. Ik ben uiteraard die tijd in Nederland bij mijn ouders gebleven. Daarnaast is ook de hoornvliestransplantatie niet volgens verwachting gegaan. Ik heb er enorm veel last van gehad en ik heb na deze heftige operatie nog steeds geen zicht. Althans, met een speciale lens kan ik wel wat zien, alleen kan ik deze lastig verdragen. Ik had dus wel het een en ander te verwerken na mijn tijd in Nederland. ‘

Heb je veel contact met je moeder?
‘Ik probeer elke dag op z’n minst even een appje te sturen. Soms gaat dat niet. Onlangs zat ik negen dagen in de bergen en daar is geen bereik en zo zijn er meerdere plekken waar het contact lastiger is. Maar ik probeer iedere dag te appen. Af en toe een fotootje te sturen. En zo nu en dan eens te facetimen. Ook met mijn nichtje Julia (kind van mijn zus). Die is inmiddels vijf jaar en we zijn elkaars grootste fans. Ik zou niet willen missen hoe ze opgroeit en gelukkig kan ik dat met de telefoon en internet een beetje bijhouden.’

Hoe voorzie je in je levensonderhoud?
‘Toen ik in 2015 vertrok had ik nog een goede baan, prima salaris en ben ik van m’n spaarcentjes gaan reizen. Reizen kan enorm goedkoop. In Nederland zijn is veel duurder. Het belangrijkste is dus geld besparen, en op budget leven. Dan kom je een heel eind. Om een voorbeeld te geven: ik ben voor € 170 naar Azië gevlogen. Eenmalige kosten. Je kunt al in hostels slapen voor € 0,90 per nacht ínclusief ontbijt en treinreizen van 15 uur doe je al voor minder dan € 2. Je hebt dus vaak maar een eurootje of vijf per dag nodig. Reken maar uit. Met een Nederlands maandsalaris kun je dus een heel eind komen. Daarnaast zijn er talloze manieren om gratis of goedkoop te leven, verblijven in tempels of meedoen aan vrijwilligersprojecten. Dit soort dingen zoek ik op. En ik reis met een tent die je overal op kunt zetten. Ik denk dat het op reis veel belangrijker en makkelijker is geld te besparen, dan geld te maken. Daarnaast was ik een tijdje in Nederland. Ik ben hier op zoek gegaan naar een baan die aansloot bij mijn levensstijl en heb deze gevonden op een fantastische biologische appelboomgaard. Heerlijke baan. Daar heb ik een tijd gewerkt. Ook heb ik alle spullen die ik nog in opslag had in Nederland (electronica, kleding, huisraad etc.) allemaal verkocht. Want wat heb je nu eigenlijk echt nodig? Van dat geld kan ik weer een tijd vooruit.’

Kom je veel andere jonge reizigers tegen?
‘Het verschilt enorm per land, maar best veel. Vooral in Thailand en Zuid-Oost Azië. Ook steeds jonger, het lijkt een trend te zijn om de wereld te willen ontdekken. Vaak al na de middelbare school. Ik verblijf vaak in hostels, waar je veel reizigers ontmoet. Wel zijn ze er vaak een maandje of twee, ze zijn zelden zo lang als ik op pad!’

Je kunt Ferry volgen via Instagram: @oetsie en @leijpnl.

5 Reacties uitgeschakeld voor ‘Het reizen is mijn ‘thuis’’ 2099 28 augustus, 2019 Interviews, Nieuws augustus 28, 2019

Facebook Comments

Digitaal bladeren