Peter van Kasteren, een markante Oeteldonker
Auteur:

Peter van Kasteren, een markante Oeteldonker

Geboren Vughtenaar, maar toch al heel veel jaren een Oeteldonker in hart en nieren: Peter van Kasteren. Kwam in de jaren ’80 en ’90 in het Oeteldonkse moeras bovendrijven en nam in 1995 het initiatief om samen met zijn vrienden Jan van der Els en Peter Aarts ‘De Kleinkeinder’ te bedenken en daar enthousiast deel van uit te maken.  Die Kleinkeinder hebben jarenlang het toch zeker opmerkelijke ‘Oeteldonkse muziekske’ mede vorm gegeven.  Daarna was hij zeer geruime tijd juryvoorzitter van het Kwèkfestijn – dé plek waar Oeteldonkse muziekskes  elkaar treffen en óvertreffen. Onlangs besloot Peter daarmee te stoppen. Weinig mensen weten meer over het gevoel van de Kwèk dan juist Peter. Reden genoeg voor Hans van Kasteren om met zijn broer een pilske te drinken en het even te hebben over dat Kwèkfestijn.

 

Tekst: Hans van Kasteren

 

Wat betekent het Kwèkfestijn voor jou?
Peter van Kasteren: “Je zou eigenlijk moeten vragen wat ‘De Kwèk’ betekent voor de Bosschenaar, voor de Oeteldonker. En ik ben Oeteldonker, dus ik kan het weten, ik mag het zeggen. Kort samengevat: Het Kwèkfestijn is veel meer dan een carnavalesk songfestival. Het is ook meer dan carnaval. De Kwèk is een groot feest waarbij duizenden Oeteldonkers elkaar treffen, een maand of acht ná carnaval en een maand of drie, vier vóór carnaval. Het is een feest van de échte Oeteldonker. Anders dan bij carnaval vind je er ook vrijwel uitsluitend Bosschenaren, Oeteldonkers. Er staan jaarlijks ongeveer 3000 (ja, drieduizend!) mensen op het podium, waarbij de ‘clubkes’ vaak bestaan uit families van soms wel 3-4 generaties. Live muziek, groot publiek, één gróót feest der herkenning. Er is een welhaast tastbaar gevoel van saamhorigheid. Ja, natuurlijk wordt er wel eens gemopperd, we zijn immers Bosschenaren. Maar er is geen sprake van gedonder of grote ruzies. Kwaliteit van de deelnemers is leuk, maar niet issue nummer één. Het gaat om gevoel, om herkenning en erkenning. En dan komt er later op de avond een winnend clubke en dat clubke brengt dan hun nummer nogmaals ten gehore. Elke Oeteldonker zal het herkennen: ‘kiepevel’, iedere keer als ze dat nummer horen. En ze gaan het vaak horen, want ook met carnaval zal dat winnende kwéknummer in elke Oeteldonkse kroeg grijs gedraaid worden. Met andere woorden: ik hoop en verwacht dat het Kwèkfestijn vanaf november 2021 tot in lengte der dagen zal blijven bestaan, in welke vorm dan ook”.

Je zegt ‘vanaf november 2021’. En dit jaar dan?
Peter: “Laat ik daar duidelijk in zijn. Ik vind dat het Kwèkfestijn dit jaar niet moet plaatsvinden. Naar mijn gevoel past zo’n feest niet in deze tijd van Corona. Ook in onze stad worden vele mensen getroffen door dat nare virus. Verder zouden er natuurlijk grote risico’s voor de deelnemers zijn – besmettingsgevaar. Ja, ik weet dat de Oeteldonkse Club toch een soort Kwèkfestijn wil organiseren met een stuk of elf deelnemers. Dat geeft een Kwèkonwaardige ambiance, geen feestsfeer. Ik lees dat men nu uitstel wil, maar ik vind dat de knoop eigenlijk moet worden doorgehakt. Dit jaar geen Kwèkfestijn, er is komend voorjaar immers ook geen carnaval! En dat er absoluut een winnend nummer moet zijn om daarmee straks de Prins in te halen …. onzin! De Prins kan wat mij betreft met alle Oeteldonks feestgedruis worden ingehaald in 2022, maar niet in 2021”.

Je bent een hele tijd juryvoorzitter geweest. Hoe lang eigenlijk?
Peter: “In totaal acht jaar lang – van 2013 tot en met 2019 en ook nog in 2006. In dat jaar viel ik in voor de voorzitter van toen Coen Free, die wegens familie omstandigheden verhinderd was. Ik heb dat altijd met veel plezier gedaan. Zoals zojuist al genoemd: de sfeer van het Kwèkfestijn en het daarmee gepaard gaande ‘Oeteldonkse gevuul’ – heel bijzonder, echt uniek. Ik had het niet graag willen missen. Maar besef wel dat het lidmaatschap/voorzitterschap van die jury een best wel serieuze taak is. Zeker geen flauwe kul, we hebben als jury die taken altijd bloedserieus genomen, dat hoort ook zo. Er zijn duidelijke afspraken, die op papier staan en tevoren meer dan eens gezamenlijk worden doorgenomen. Weet je, die jury vertegenwoordigt het Oeteldonks publiek. Dat betekent dat er natuurlijk gekeken en geluisterd wordt naar tekst en muziek, dat er gelet wordt op originaliteit en presentatie. Maar de reacties van het publiek tijdens en na elk nummer tellen ook!”

Waarom heb je uiteindelijk besloten te stoppen?
Peter: “Ik ben dus acht keer juryvoorzitter geweest, maar was ook jarenlang met veel genoegen  lid van de Kwèkfestijn Commissie. Al bij al was ik 22 jaar betrokken bij de organisatie van  de Kwèk. Dat is een mooi carnavalesk aantal – tweemaal elf. Tijd voor een ‘frisse wind’ vond ik. Verder heb ik als lid van de Kleinkeinder ook zelf een aantal malen als deelnemer op het podium gestaan. Ja, zelfs een keer gewonnen (‘Carnaval dè is hil errug’ – 1996). En we zijn ook een keer derde geworden met ‘Doet oewe jas mar aon we gaon’ – een liedje waarvan ik zelfs nu nog heel onbescheiden vind dat het een topnummer is. Serieus! Mijn persoonlijke favoriet? Nou, dan ga ik er een paar noemen. Ik word nog steeds helemaal vrolijk van het liedje ‘Dansen door de kamer’ van Jèntje Allenig en kan enorm genieten van Lois van de Ven met Vergimmes Mooi en hun prachtige lied ‘Blauw’. En wat dacht je van Jong Talent? Hun nummers ‘Zo maar een dag’ en ‘Zo mooi’ bezorgen me zelfs nu nog kiepevel! Of ik me nu helemaal terugtrek van de Kwèk en de Kwèk voortaan de Kwèk laat? Ik dacht het niet. Ik zal er altijd zijn, maar dan als enthousiast toeschouwer en betrokken toehoorder. En wie weet, misschien vragen ze me nog ooit als jurylid. Zou ik dan ‘ja’ zeggen? Ik weet het niet, maar misschien denk ik stiekem van wel…. .“

 

 

0 Reacties uitgeschakeld voor Peter van Kasteren, een markante Oeteldonker 319 10 november, 2020 Interviews, Nieuws november 10, 2020

Facebook Comments

Digitaal bladeren